Echte mannen!

0 Posted by - October 26, 2013 - Lezingen

Lezing gehouden in de Diogenesbunker in het kader van de bijeenkomst gelegerd in Gelderland in opdracht van het Gelders genootschap December 2012

Ik ben filosoof. Denker van beroep. Filosofen stellen graag vragen, maar in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt van filosofen, wil ik het niet laten bij het alleen stellen van vragen, ik kom graag met antwoorden.

De vraag is wat is reconstructie en of transformatie. En deze vraag stellen we vandaag niet zomaar, maar in relatie tot een zeer specifiek Nederlands landschap, de voormalige militair oefenterreinen.

Reconstructie

re: opnieuw of weder

construeren: opbouwen, samenstellen

Of te wel “weder samenstellen”, “weder opbouw”, transformeren betekent zoiets als “omvormen”. Herbouwen, verbouwen. Hetzelfde maar toch anders. Dit verschilt wezenlijk van gewoon bouwen of nieuwbouw. Reconstructie geeft aan dat iets van het huidige karakter behouden moet blijven. Dat we de essentie willen behouden, dat de betekenis behouden moet blijven.

Van buiten lijkt het nog steeds een pakhuis, van binnen is het een yuppen appartement. De woning van de koopman van de 21ste eeuw. Amsterdam is nog steeds een haven, maar het draait niet meer om de handel in goederen maar om de handel in ideeën en diensten.

De grote vraag is natuurlijk wat is de betekenis, of wat was de betekenis van de militaire oefenterreinen?

Dat is een vraag waar vele antwoorden op zijn. Ik geef u mijn antwoord.

Voor mij als vrouw is een militair oefenterrein een soort ‘no go’ area. Niet zozeer verboden toegang, maar het voelt wel heel erg als wel “hier hoor ik niet te zijn”. Deze speeltuin is alleen bedoelt voor echte mannen! Veel testosteron, zweet, kort haar, mannen die onderling stoeien, door de modder rollen en op de slaapzalen slingeren playboys rond, tenminste als ze niet onder de matrassen liggen. Daar hoort een vrouw niet thuis. Natuurlijk zijn er altijd vrouwen te vinden die zich daar aan onttrekken. Maar die vallen dan ook op. Mijn beeld van een vrouw in het leger is nogal bepaald door Goldie Hawn in de film Private Benjamin. Je ziet haar als exemplaar het ‘zwakke geslacht’ opboksen tegen die muren op de stormbaan. Letterlijke muren, houten schuttingen waar ze keer op keer maar niet over heen komt. Uiteindelijk lukt het haar natuurlijk wel. Ook zij kan het, maar dat beeld is nooit blijven hangen bij mij. Het beeld van het vrouwtje dat zwoegt en niet bovenkomt is veel streker.

Ik heb het zelf een keer geprobeerd om over zo’n schutting te klimmen, hier niet zo ver vandaan toen ik als 16 jarig meisje kampeerde in Ermelo. Tijdens het bramen zoeken stuitten mijn vriendin en ik op zo’n oefenbaan. We hebben het allemaal uitgeprobeerd. Hartstikke leuk en best spannend. Zou het lukken? Gewoon er naar toe rennen en dan hup er overheen? Gelukkig ik kon het. Appeltje eitje, geen probleem we gingen er met gemak over heen. Ik heb van de week nog eens gekeken op internet hoe het met dat terrein is daar is afgelopen.

 

Dit is wat ik leerde van WIKI :

“Het terrein is door de eeuwen heen door verschillende groepen mensen in gebruik geweest. Men vindt er grafheuvels uit de tijd van de klokbekercultuur. In de Romeinse tijd, omstreeks het jaar 170, lag er een marskamp voor het Romeinse leger dat zo’n 9 ha groot was en plaats bood aan zo’n 4000-6000 legionairs. De contouren hiervan zijn nog duidelijk in het landschap te herkennen. De aarden verdedigingswallen van het Romeinse marskamp hebben de status van rijksmonument en zijn in 2006 deels gerestaureerd.

In de 20e eeuw was het terrein in gebruik als militair oefenterrein. Tegenwoordig is het terrein grotendeels in gebruik als natuurterrein en is beschikbaar voor dagrecreatie. Het terrein wordt doorkruist door fiets-, wandel- en ruiterpaden. De heide wordt het hele jaar begraasd door een schaapskudde.”

Niet te geloven toch hoe een plek die een bijzondere betekenis in een jeugdherinnering al is bijgeschreven als een deel van de geschiedenis! Iets uit de vorige eeuw!

Het breekpunt was ergens eindjaren tachtig begin jaren 90. Het einde van een tijdperk. Maar ook mijn tijd. “Mijn tijd” begon zo ongeveer toen ik een jaar of 18 was en naar de grote stad ging om te studeren. Dat jaar viel de Berlijnse muur. De breuken waren al langer voelbaar. Er werd gedemonstreerd tegen de kernwapens en de kruisraketten. Jongeren hadden geen toekomst en waren pacifist. Dat was toen de tijdsgeest. Dienstplicht was in ‘mijn tijd’ vooral iets waar je onderuit moest zien te komen. Het verhaal operatie Stonehenge van Jules Deelder was een mooie anekdote. In dit verhaal verteld hoe hij er in slaagde door knetterstoned en verkleed als een Jezus figuur op de keuring te verschijnen werd afgekeurd voor de dienstplicht. Knettergek die gast, niet geschikt voor het leger. Nou zo gek was die Deelder niet want hij beschrijft het als een zeer weldoordacht actie. Maar ik vermoed wel dat van onze Rotterdamse nachtburgemeester grote moeite zou hebben gehad om zich te onderwerpen aan de tucht van het leger. Maar anders dan Jules Deelder hoefden mijn klasgenoten geen operatie Stonhenge meer op te voeren. De jongens werden nog wel opgeroepen voor de keuring, maar ze hoefden niet te dienen. Ze waren niet meer nodig.

Mijn generatie is de eerste generatie die geen dienstplichtig leger meer nodig had of heeft. In mei 1993 stemde de Tweede Kamer, bij aanvaarding van de Prioriteitennota, in met de opschorting van de opkomstplicht. Opschorting is overigens niet het zelfde als afschaffen heb ik geleerd. Opschorting wil zeggen dat ‘burgers geen militaire dienst hoeven te vervullen zolang de veiligheidssituatie dat niet vereist.’ Kort samengevat zijn de militaire dienstplicht en het daarbij behorende militaire oefenterrein voor mij om twee redenen een onbegrijpelijk zaken.

In de eerste plaats omdat het iets is of was voor mannen, vrouwen hoefden niet in dienst. Ze werden niet gevraagd om een jaar van hun leven aan de staat te geven.

In de tweede plaats omdat dienstplicht iets van voor mijn tijd. Een tijd die echt werd afgesloten zo ongeveer op het moment dat mijn tijd begon.

Dus in mijn zoektocht naar de betekenis, de essentie, van de dienstplicht moest ik te rade gaan bij een andere generatie, iemand uit die andere tijd, die van mijn vader. Mijn vader die begin jaren 60 heeft gediend was officier. Hij koestert warme herinneringen aan die tijd. Toen ik hem er naar vroeg begon hij meteen te stralen. Dat het een geweldige tijd geweest moest zijn kon ik van zijn gezicht lezen.

“Ja we verveelden ons natuurlijk wel, maar we hadden ook dikke lol. We reden in oude tanks maar de russen dachten dat wij heel goed bewapend waren.” Hoe lang die tijd ook duurde en hoe hard ze er toen ook van baalden, tegenwoordig denken de voormalige dienstplichtig militairen met grote weemoed terug aan die ongecompliceerde maanden van kameraadschap, avontuur en volwassen worden. En als ik naar mijn vader kijk en luister denk ik dat hij daar mooie dingen heeft meegemaakt en er wellicht rijker van is geworden. In die jaren hebben ze van mijn vader een ‘man’ gemaakt.

Zoekend naar de essentie van de militaire oefenterreinen zie ik een landschap dat als primaire functie had om de training van jonge mannen in het proces van echte man worden mogelijk te maken. Een soort inwijdingsritueel dat in feite twee doelen diende. Enerzijds veiligheid van het land, de jongens leerde omgaan met wapens binnen de disciplinaire structuur van het leger. En anderzijds het creëren van een saamhorigheid, kameraadschap en broederschap. Een soort maatschappelijke smeerolie omdat iedereen onafhankelijk van op leiding afkomst of religie hier aan mee deed. Dit lijken me beide essentiële onderdelen van een samenleving, een gemeenschap.

Het karakter van het terrein speelt daar een rol in. Het inwijdingsritueel speelt zich af buiten de vertrouwde omgeving van de jonge man. Hij leeft daar een bepaalde tijd in de buitenlucht liefst in strijd met de elementen. Een ritueel dat in meerdere culturen te vinden is. Vooral ook een symbolische betekenis. Maar tijden veranderen en militaire dienstplicht is niet meer van deze tijd. De vijanden van toen (de twintigste eeuw) bestaan niet meer. De russen zullen nooit komen. Het communisme is geen gevaar meer voor onze vrijheid.

Maar is er met het opschorten van de dienstplicht niet iets verloren gegaan? Hebben we met het badwater niet ook het kind weggegooid? Je begint je af te vragen of het met die mannen van nu ooit goed zal komen. Zijn er nog wel nog wel ‘echte mannen’ in Nederland nu de dienstplicht is afgeschaft? Ik vroeg het aan meerdere jonge dames in mijn omgeving. Het antwoord luidde volmondig: “zucht… nee….ze bestaan niet meer”.

Van jongens echte mannen maken. Het doet me meteen aan begrip Bildung denken.

Bildung is een begrip dat wordt toegeschreven aan de Duitse geleerde en diplomaat Wilhelm von Humboldt (1767-1835). Voor het woord bestaat geen goede Nederlandse vertaling en het wordt daarom vaak onvertaald gelaten in de literatuur. Bildung zou eventueel vrij vertaald kunnen worden met ‘zelfontplooiing‘. Ook algemene vorming (Bildung) versus beroepsvorming (Ausbildung)

Ieder individu, van zijn behoeften en mogelijkheden en gebonden aan de grenzen van zijn kracht, moet de kans hebben zich te ontwikkelen volgens zijn innerlijke persoonlijkheid.’ (Gesammelte Schrifte, I, p. 111)

Bij Bildung gaat het erom dat aankomend burgers zich eigen ideeën en een persoonlijkheid vormen na bestudering van de kennis van vorige generaties. De leerling wordt een deelnemer aan de samenleving door samen met het opnemen van kennis een eigen kijk op de wereld te creëren. Bildung betekent dat je ook leert denken over vragen als: wanneer ervaren mensen geluk? Wat betekent vrijheid voor hen? Wat vinden ze mooi? Wat is er eigenlijk tegen de doodstraf en waarom leven we in een democratie? Allemaal materiaal om je een eigen oordeel over te vormen, dat je weer kan gebruiken als je op het punt staat om in je specialisme een levensgevaarlijke ontdekking te doen.

Ik heb eens rondgevraagd in mijn omgeving, vooral bij de jongere generaties. Wat zijn de gevaren van deze tijd? Wat bedreigt nu onze samenleving.

Het antwoord wat ik het meeste hoorde. Gebrek aan idealen en individualisme. Een houding die door filosoof Rob Wijnberg wordt aangeduid als de BOEIUH. Bij de reconstructie van een militair oefenterrein denk ik dus meteen aan ruimte aan een omgeving die kan worden ingezet tegen het BOEIUH gevaar. Een plek die kan worden ingezet voor een nieuw soort dienstplicht. Je land dienen klinkt beladen in deze tijd. Het ruikt naar Nationalisme. Maar dat hoeft het niet te zijn. Waarom niet iedere burger in Nederland een jaar van zijn leven vragen iets bij te dragen aan de gemeenschap? Daarbij gaat het niet om wat het is om Nederlander of Europeaan te zijn, maar over de vraag wat je als individu kan bijdragen aan de gemeenschap. Een soort zoektocht naar idealen.

Met iedere burger bedoel ik nadrukkelijk iedereen. Want discrimineren op grond van geslacht is toch ook echt niet meer van deze tijd. Waarom meisjes uitsluiten van dit ritueel?

 

etc. enz.

 

Tot zover, ik lees nooit voor. Elke lezing is goed voorbereid, maar on stage is het improviseren….